Protestbrief 2012

Klik hier om de brief te openen of printen in pdf-formaat

Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Oisterwijk
Lind 44
5061 HX Oisterwijk
i.a.a. Gemeenteraad Oisterwijk

Afzender:
J. van Iersel; P.van Kerkhoven; C van de Nostrum en R. Lommerse als vertegenwoordigers namens de actiegroep: 'De Parel naar de Zwijnen' en al haar medeondertekenaars
p/a: Kerkhovensestraat 29
5061 PJ Oisterwijk

Betreft: zienswijze m.b.t. wijziging Bestemmingsplan Buitengebied 2011
t.b.v. Tuinbouwbedrijf Scheffers, Oliviersweg 9,

Oisterwijk, 2 januari 2013

Geachte college,

De actiegroep “De Parel naar de Zwijnen” en al haar medeondertekenaars zijn overvallen door uw principevoornemen om gebruik te maken van uw wijzigingsbevoegdheid t.a.v. het “Bestemmingsplan Buitengebied 2011”. Het wijzigingsplan geeft aan dat u onder voorwaarden bereid bent mee te werken aan de uitbreiding van het areaal glasteelt t.b.v. het tuinbouwbedrijf VOF Scheffers – De Jong (verder te noemen bedrijf Scheffers), Oliviersweg 9, Oisterwijk. De actiegroep “Parel naar de Zwijnen” (PNDZ) geeft hieronder aan waarom zij de vestiging van aanvullende glasteelt in dit gebied bestrijdt. De actiegroep, die onder meer tot doel heeft de leefbaarheid in Kerkhoven te behouden, treedt op als vertegenwoordiger van belanghebbenden, zoals blijkt uit de in bijlagen toegevoegde lijst van handtekeningen. Reeds vanaf 2004 heeft actiegroep PNDZ namens alle belanghebbenden bezwaar aangetekend tegen een eerdere voorgenomen uitbreiding van de glasteelt op het bedrijf. Informatie hierover is nog te vinden op website www.deparelnaardezwijnen.nl Ondanks het uitgangspunt in het coalitieakkoord 2010 - 2014 van het huidige gemeentebestuur om burgers en belanghebbenden actief en in een vroeg stadium te betrekken bij ontwikkelingsplannen, hebt u dat in dit geval jammer genoeg nagelaten.

Onze zienswijze:
Actiegroep “De Parel naar de Zwijnen” is het niet eens met het principevoornemen van het College van B&W van de gemeente Oisterwijk om medewerking te verlenen aan uitbreiding van het areaal glasteelt op het tuinbouwbedrijf Scheffers. Haar argumenten zijn:

1. Er is feitelijk sprake van een vollegronds bedrijf, waarvan een klein gedeelte bestaat uit glastuinbouw ( 1,4 ha op een totaal van bijna 18 ha. ). De PNDZ bestrijdt dat het bedrijf Scheffers een glastuinbouwbedrijf is. Het is een vollegronds bedrijf waarvan een klein gedeelte van het bijna 18 ha oppervlakte tellende bedrijf uit glasteelt bestaat. Daarmee valt het bedrijf niet onder werking van de provinciale Verordening Ruimte 2012. Uitbreiding glasteelt is daardoor niet mogelijk. Als de aangevraagde uitbreiding wel door zou gaan, zou het accent van het bedrijf Scheffers veranderen van een vollegronds bedrijf naar een glastuinbouwbedrijf. Dat moet worden opgevat als nieuwe vestiging en de provincie verbiedt dit in haar Beleidsnota Glastuinbouw 2006. Zie ook de verordening ruimte 2012. Het bedrijf Scheffers heeft bij de vaststelling van het huidige bestemmingsplan een deel van de gronden kunnen laten bestemmen als “gronden met permanent teeltondersteunende activiteiten”. De teeltondersteunende activiteiten zijn echter nooit gerealiseerd. Op deze gronden zijn sinds de herbestemming geen teeltondersteunende activiteiten uitgevoerd. Bij de actiegroep bestaat de indruk dat de herbestemming destijds is aangevraagd met het uiteindelijke doel om hier uitbreiding van de glastuinbouw te kunnen realiseren.

2. Bij een eventuele realisatie van de plannen is er sprake van een volumineuze verglazing van het agrarische gebied dat dicht tegen het centrum van Oisterwijk aanligt. De voorgestelde uitbreiding van glasteelt vindt plaats in een gebied direct grenzend aan de bebouwde kom van de gemeente Oisterwijk. Het gebied heeft, naast de agrarische functies, een grote waarde voor natuur en recreatie. De uitbreiding is bovendien zodanig volumineus - van de bestaande 1,4 hectare naar 3 hectare kassen - dat sprake is van ruim een verdubbeling

3. In het gebied leven 5 vogelsoorten die voorkomen op de Rode Lijst van bedreigde en beschermde diersoorten. Uitbreiding van de glasteelt ter plaatse gaat onontkoombaar ten koste van deze soorten en van bestaande natuurwaarden. In het gebied komen 5 Rode Lijst soorten voor. In de hele planvorming wordt daaraan geen aandacht besteed. De volgende soorten komend jaarrond voor in het gebied:
Steenuil Athene noctua, minimaal 3 territoria;
Kerkuil Tyto alba, 1 territorium
Groene Specht Picus viridis, minimaal 1 territorium
Patrijs Perdrix perdrix, minimaal 2 territoria
Voorts komt voor als broedvogel:
Boomvalk Falco subbuteo, 1 territorium
Naast de Rode Lijst soorten wordt nog aangetroffen jaarlijks 1 of 2 territoria van de Buizerd Buteo buteo.
Tevens leven in het gebied: vleermuizen, egels, hazen en reeën.
Een veldonderzoek en navraag bij de regionale uilenwerkgroep en wildbeheer eenheid zullen het voorkomen van de hier genoemde soorten bevestigen. Verglazing en verstening van het gebied zullen ontegenzeggelijk een negatieve invloed hebben op het ecologisch functioneren en het voorkomen van bovengenoemde soorten.

4. Er heeft geen afweging plaatsgevonden tussen economische belangen en sociaal-culturele belangen. Uw college zou zich de vraag dienen te stellen of de belangen van één bedrijf mogen prevaleren boven de belangen van vele omwonenden en het algemeen recreatief en toeristische belang dat beleidsmatig ook voor dit deel van de gemeente Oisterwijk wordt onderkend. Zo hebben enige jaren geleden binnen het kader van het project Leemkuilen Vennen diverse werkgroepen onder begeleiding van een medewerkster van ZLTO zich ingezet voor onder meer de versterking van natuur en landschapswaarden in dit gebied. Hier waren diverse inwoners van Kerkhoven bij betrokken. Uit deze activiteiten kwam onder meer naar voren dat het economisch draagvlak ook aan de noordkant van de gemeente zou kunnen worden vergroot door het toeristisch aantrekkelijker maken. Het project van Boer Groen en Doen "al kuierend over d'n hofpad" is hiervan nog een levend en sprekend voorbeeld ! Vervolgens loopt door Kerkhoven vanwege haar waardevolle natuur- en landschapselementen een knooppuntenroute van de ANWB. In het kader van de door de gemeente Oisterwijk nagestreefde duurzaamheidbalans zou een afweging tussen diverse belangen niet mogen ontbreken. In de duurzaamheidbalans 2009 staat te lezen op pag. 3 dat een duurzame ontwikkeling een uitdaging en een opdracht is. Uitbreiding van de kassen past niet binnen de vier prioritaire thema's die het College van B&W van Oisterwijk ziet voor een duurzaam Oisterwijk voor de komende jaren.

5. Het wijzigingsplan voldoet tevens niet aan alle door het College gestelde voorwaarden. De noodzaak van een agrarische doelmatige bedrijfsvoering is voor dit vollegronds bedrijf niet aangetoond. De oplossing voor het jarenlange waterafvoerprobleem van Kerkhoven komt met de eventuele realisering van de gevraagde kassen verder weg te liggen. De geplande retentievijver die het waterafvoerprobleem van Kerkhoven dient op te lossen en waar al jarenlang op gewacht wordt, komt hiermee in gevaar. De sloten in de Kerkhovensestraat zijn duidelijk niet toereikend om de beoogde waterbufferfunctie te vervullen. Bovendien zijn deze sloten in het verleden niet aangelegd om water op te slaan maar af te voeren. In Kerkhoven is regelmatig sprake van wateroverlast als gevolg van de hemelwaterafvoer van het bedrijventerrein Kerkhoven. Een aantal argumenten om een retentievijver te realiseren hebben ertoe geleid dat de gemeente enige jaren geleden reeds een stuk grond heeft aangekocht.

6. Het wijzigingsplan Oliviersweg 9 d.d. 19 november 2012 bevat een aantal onjuistheden en onvolledigheden. De onderbouwing in het Wijzigingsplan Oliviersweg 9 is op onderdelen onjuist of onvolledig. Uw college heeft in principe medewerking toegezegd aan het onderhavige wijzigingsplan, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De PNDZ is van mening dat het wijzigingsplan opgesteld door BRO te Boxtel op onderdelen onjuistheden bevat en/ of onvolledig is.
a. Er worden in paragraaf 3.2 onvoldoende nadere eisen gesteld aan de beplantingsstrook rondom de geplande kassen. De initiatiefnemer zou volgens het gestelde bijvoorbeeld kunnen volstaan met een hoogte van bijvoorbeeld 50 cm. Daarnaast biedt ook een beplantingsstrook van gemiddeld 5 m breed in het koude seizoen vrijwel geen visuele landschappelijke afscherming/inpassing van de kassen.
b. In paragraaf 4.2 wordt op blz. 14 onder andere gesproken van meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit (ordenen, beschermen regionaal samenwerken), en zorgvuldig ruimtegebruik. De actiegroep concludeert dat er geen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en dat deze ontoereikende voorwaarde geenszins in lijn is met het beleid zoals verwoord in de structuurvisie
c. De zinsnede : "Door middel van een adequate landschappelijke inpassing (een van de wijzigingsvoorwaarden) wordt geborgd dat ondanks de uitbreiding van glasopstanden geen onevenredig nadelige gevolgen bestaan voor de beleefbaarheid van het Nationale Landschap Het Groene Woud. " overtuigt derhalve geenszins dat er sprake is van een adequate landschappelijke inpassing, maar het simpelweg plaatsen van hectares kassen van een grote hoogte. In paragraaf 4.3 Gemeentelijk beleid op blz. 16 kan men lezen:
"• zoeken naar meerwaarde; • rekening houden met maat en schaal bebouwing"; Ook hier is zichtbaar dat met deze plannen voorbijgegaan wordt aan het vigerende gemeentelijk beleid.
d. Verderop op blz. 17 spreekt het gemeentelijk beleid van " Een groene landschapszone met ruimte voor agrarisch gebruik, De gemeente wil hier vormgeven aan de groene landschapszone door te kiezen voor een duurzame agrarische functie in combinatie met natuurontwikkeling. Tussen Oisterwijk en de N65 kan boomteelt verder ontwikkeld worden. Dit is een economisch sterke functie die zich verhoudt met het kleinschalige landschap. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ontwikkeling die het reconstructieplan voorziet in het buitengebied van Haaren en Berkel-Enschot. Ook rundveeteelt past goed in dit gebied." De daaropvolgende conclusie is eveneens niet in lijn met het gemeentebeleid. De voorgestane ontwikkeling m.b.t. de kassenbouw tast de visie op dit deelgebied wel degelijk aan, en wijkt daar substantieel van af.
e. Hoofdstuk 5.7. gaat in op natuurwaarden. Hier verzuimt de opsteller van het plan om zich afdoende op de hoogte te stellen. Er worden slechts enkele opmerkingen gemaakt, deze zijn of lijken gebaseerd op bronnenonderzoek en algemene inventarisatieatlassen. De aanname dat er geen kwetsbare soorten worden verwacht is wel een erg gemakkelijke conclusie. In het licht van deze ingrijpende aantasting van het landschap zou veldonderzoek op zijn plaats zijn. Waar nu geen natuurwaarden van betekenis worden genoemd, blijkt dat in het gebied tal van diersoorten leven, zoals eerder vermeld.
f. In hoofdstuk 5.6, de waterparagraaf, wordt aangegeven dat er geen invloed zal zijn op de hydrologie in het gebied. In Kerkhoven bestaat al jaren overlast door water. De gemeente heeft direct grenzend aan het bedrijf Scheffers gronden aangekocht voor een retentievijver, hetgeen wijst op de noodzaak van ingrijpen. Tot nu toe is deze retentievijver niet gerealiseerd en is er nog altijd wateroverlast, zowel in kwantiteit (overvolle sloten) als kwaliteit (stank). De bouw van kassen op het bedrijf Scheffers lijkt realisatie van de retentievijver verder te bemoeilijken of zelfs onmogelijk te maken. De actiegroep verwacht van de gemeente een duidelijke beleidsmatig onderbouwde uitspraak voordat de gemeente haar visie omtrent het onderhavige wijzigingsplan kenbaar maakt.
g. In hoofdstuk 5.5. wordt aangegeven dat de nieuw op te richten kassen geen gevolgen hebben voor de veiligheid t.a.v. ondergrondse transportleidingen op het bedrijf Scheffers. Het wijzigingsplan gaat hierbij uit van transportleidingen voor olie. Er lopen echter ook leidingen voor het transport van andere aardolieprodukten, zoals kerosine, die een groter risico opleveren. De nieuw geplande kas ligt deels binnen de beschermingszone t.b.v. de ondergrondse transportleidingen. De PNDZ is tegen het uitbreiden van activiteiten boven/rondom deze beschermingszone. Het gevaar m.b.t. volksgezondheid en kans op calamiteiten is volgens haar veel belangrijker dan de bedrijfseconomische belangen van een ondernemer.
h. In Hoofdstuk 3, paragraaf 3.1., Huidige situatie, wordt aangegeven dat de nieuw geplande kas zal worden gebouwd binnen het deel van het bouwvlak dat nu in gebruik is voor permanent teeltondersteunende voorzieningen. Dit deel van het bouwvlak heeft nu wel deze bestemming, maar is voor dat doel nooit in gebruik geweest. De PNDZ heeft de sterke overtuiging dat deze bestemming eerder alleen is aangevraagd door het bedrijf Scheffers, om nu uitbreiding met glastuinbouw te kunnen realiseren. Dat is een oneigenlijk gebruik !
i. Oneigenlijk gebruik betekent ook dat aanwezige fauna al die tijd gebruik heeft kunnen maken van dit deelgebied en dat kassenbouw direct van invloed zal zijn op het ecologisch functioneren.
j. Uitbreiding van glasteelt is alleen mogelijk op een bestaand glastuinbouwbedrijf. Het bedrijf Scheffers is nooit als zodanig bestemd. Het wijzigingsplan gaat hieraan voorbij. Er wordt niet aangegeven of, en zo ja, wanneer, het bedrijf Scheffers als zodanig zou zijn benoemd.
k. Uitbreiding van glasteelt in betreffend gebied kan alleen als daarvoor de noodzaak kan worden aangetoond. Het rapport van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (het AAB), dat als bijlage deel uitmaakt van het wijzigingsplan, is hiervoor niet voldoende. Het bedrijf Scheffers heeft een oppervlakte van bijna 18 ha. Dit is ruimschoots voldoende voor een renderend vollegrondsbedrijf. In genoemd rapport van het AAB wordt aangeven dat ervoor is gekozen om een deel van het areaal te verhuren of te verpachten aan derden. Het kan door het bedrijf Scheffers wel wenselijk worden geacht om het areaal glastuinbouw uit te breiden, maar daarmee is de noodzaak niet aangetoond. Doelmatig gebruik van de aanwezige gronden voor de tuinbouw waarvoor ze zijn bestemd, biedt voldoende ruimte voor een hoger rendement en verbetering van de arbeidsomstandigheden en het blijvend creëren van structurele arbeidsplaatsen. Uitbreiding van het areaal glastuinbouw is een keuze van de bedrijfsvoerder, géén noodzaak !
l. Het rapport van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) gaat uit van oppervlaktecijfers die wezenlijk afwijken van de oppervlaktecijfers in het wijzigingsplan. Hiermee lijkt niet te worden voldaan aan artikel 2 van de "regels"; Wijze van meten., en wordt daarmee niet voldaan aan de kwalificatie van ondersteunend document bij het wijzigingsplan.
m. Er heeft geen gekwalificeerd milieutechnisch bodemonderzoek op asbest plaatsgevonden (volgens NEN 5707). Zie daarvoor de Hoofdstuk 6 conclusies en aanbevelingen van de wijzigingsplan bijlage verkennend milieukundig bodemonderzoek.
n. Er worden in hoofdstuk 6 onvoldoende specifieke bestemmingsregels (waaronder bouwregels en gebruiksregels) vastgelegd. Volgens de definitie van 1.48 Hoofdgebouw (blz. 9 van de "regels") zal er straks sprake zijn van een nieuw hoofdgebouw. Het moge duidelijk zijn het wijzigingsplan Oliviersweg 9 voldoet niet aan de door Uw college gestelde voorwaarden.
o. De bouw van kassen heeft tot gevolg een intensivering van de verkeersdruk. De agrarische wegen, maar ook de Heusdensebaan, kenmerken zich door een smal wegprofiel en een laan structuur. Deze wegen zijn niet berekend op een verdere intensivering van het verkeer. Ook de verkeersonveiligheid zal hierdoor toenemen.

7. De beoogde kassenbouw past niet binnen het beleid van de gemeente Oisterwijk. Het zittend gemeente bestuur heeft in haar beleidsplan voor de lopende bestuursperiode opgenomen dat bij beleidsvoornemens in een vroeg stadium belanghebbenden zullen worden betrokken. Hier is daarvoor zelfs een participatieladder ontwikkeld. Bij dit plan, met een ingrijpende toename van kassen in een kwetsbare omgeving, is dat niet gebeurd. Bij een voorgaand plan voor uitbreiding van het areaal kassen van hetzelfde bedrijf Scheffers, bestond grote weerstand bij omwonenden. De actiegroep “De Parel naar de Zwijnen” heeft destijds de belangen daarin behartigd. Waar in de jaren negentig van de vorige eeuw een Natuurbeleidsplan door de gemeenteraad werd vastgesteld, waarin voor het plangebied een aantal maatregelen werden voorgesteld in het kader van de kensoort Steenuil, wordt nu een positieve grondhouding ingenomen vóór verstening en verglazing die het gebied voor altijd van karakter zal laten veranderen. Het is onbegrijpelijk dat de gemeente hierin niet een eigen, sterk standpunt heeft ingenomen. Medewerking aan de kassenbouw is niet mogelijk binnen het bestaande Bestemmingsplan Buitengebied. Waarom kiest het College ervoor om toch een positieve grondhouding in te nemen t.a.v. dit plan? Enkele jaren geleden werd aan bewoners van de Kerkhovensestraat leilinden aangeboden om het historisch karakter van de straat te benadrukken en de beleving te versterken. Tevens werden de bermen van de straat zelf aanvullend beplant met eiken vanwege dezelfde reden. In het kader van de uitwerking van de Groene Mal, het plan Leemkuilen Vennen is de aanschaf en aanplant gesubsidieerd van landschappelijke beplanting (houtwallen, hoogstamboomgaarden). Plannen voor meer glastuinbouw in het gebied zijn strijdig met deze landschappelijke aanvullingen. Zij doen het reeds gerealiseerde natuur- en landschapseffect effect grotendeels teniet.

8. De beoogde kassenbouw past niet binnen het beleid van de Provincie. In de “Beleidsnota Glastuinbouw 2006” staat als kernpunt dat glastuinbouw geconcentreerd dient te worden in daarvoor aangewezen gebieden. Zeker voor een bedrijf met uitbreidingsplannen moet dit kernpunt van beleid zwaar worden gewogen. Daarnaast stelt de provincie in de “Verordening Ruimte 2012, NL.IMRO.9930.vr.2012-va03”, in artikel 10.4 dat een glastuinbouwbedrijf buiten de concentratiegebieden voor glastuinbouw, in afwijking van bestaande bestemmingsplannen, mag doorgroeien tot maximaal 3 ha. Hierbij staat nadrukkelijk de restrictie dat de noodzaak hiervoor moet worden aangetoond. Het hiervoor aan het plan toegevoegde advies van AAB is o.i. niet afdoende. De noodzaak wordt niet aangetoond, onder andere omdat hierin geen rekening wordt gehouden met het beschikbare areaal grond, waar voldoende ruimte is voor vollegrondsteelt. De ondernemer kiest er nu voor om gronden te verpachten aan derden zonder ze te benutten voor het doel zoals omschreven in de activiteiten die bij de Kamer van Koophandel worden genoemd.

Karakterisering plangebied
Het bedrijf Scheffers is gelegen in het overwegend agrarisch gebied dat begrensd wordt door de Oliviersweg, Kerkhovensestraat, Spreeuwenburgerweg en Kreitenstraat. Het is een landschappelijk fraai gebied met belangrijke waarden voor natuur en recreatie. De bewoners zijn erg trots op hun directe omgeving ! Spontaan wordt door een aantal bewoners met steun van de gemeente regelmatig het zwerfvuil "gezapt". Schoon en groen spreekt hen immers ook erg aan. Het plangebied ligt in de Groene Mal, het plan waarin verdichting van bebouwing in het tussengebied Tilburg, Udenhout, Berkel Enschot en Oisterwijk zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Het plangebied is onderdeel van het plan “Leemkuilen Vennen”, waarin de ecologische verbinding tussen Loonse en Drunense Duinen met het Oisterwijkse vennengebied en Kampina wordt vormgegeven. Het plangebied is tevens onderdeel van het Groene Woud. Kernpunten voor het werkingsgebied van het Groene Woud zijn onder meer: - het groene karakter; - de kleinschalige openheid; Het gebied kenmerkt zich door een kleinschalige sterk afwisselende natuur van houtwallen, laanstructuren en zichtlijnen die beeldbepalende monumenten zoals de Kerkhovense molen tot een uniek geheel maken. Veel is in de afgelopen jaren tot stand gebracht met subsidies van de gemeente, zoals de erfbeplantingsprojecten ( w.o.hoogstamboomgaardjes ) en de laanstructuren. Vele bewoners van Kerkhoven hebben hier uit overtuiging aan meegedaan. De uitbreiding glasteelt is als vrijstaand bouwwerk gepland in het gebied. Het gaat om een oppervlakte glas van 1,6 ha. Het bedrijf Scheffers beschikt reeds over een kas van ruim 1,4 ha, waarmee de totale oppervlakte aan kassen komt op 3 ha, 30000 m2 glas. De hoogte van de nieuw geplande kassen bedraagt 4 tot 4,8 m en is daarmee naar het inzicht van de actiegroep ruim hoger dan de bestaande kassen. Het karakter van het gebied wordt door de enorme oppervlakte én de duidelijke grotere hoogte onomkeerbaar verstoord.

Het bedrijf Scheffers – De Jong De activiteiten van het bedrijf bestaan volgens de omschrijving bij de Kamer van Koophandel (dd. 20-12-2012, laatste wijziging 01-01-2011) uit de teelt overige boomvruchten, klein fruit en noten; groenten en champignons; sierbomen en –struiken; groente, fruit en boomkwekerijproducten. In de praktijk worden met name aardbeien en asperges geteeld. Het bedrijf, met een grootte van bijna 18 ha, heeft ruim voldoende areaal om vollegrondsteelt. verder te ontwikkelen. Een gedeelte van de teelt vindt plaats in een kas van 1,4 ha. De actiegroep beschouwt het bedrijf als een vollegronds bedrijf. De actiegroep en overige belanghebbende ondertekenaars menen hiermee duidelijk aangegeven te hebben wat hun zienswijze is. Graag vernemen zij de reactie van het College.

Handtekeningenlijsten gaan hierbij !

Met vriendelijke groet en hoogachting,

Actiegroep 'De Parel naar de Zwijnen'

Protestbrief 2004

Klik hier om de brief te openen of printen in pdf-formaat

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oisterwijk en de Leden van de Gemeenteraad

Lind 44

5061 HX Oisterwijk


Betr.: Zienswijze omwonenden inzake bouwaanvraag Oliviersweg Oisterwijk.


Oisterwijk, 28 oktober 2004


Geacht College van Burgemeester en Wethouders en geachte leden van de gemeenteraad,

Middels dit schrijven willen wij het volgende onder Uw aandacht brengen.

In de Nieuwsklok van 6 oktober 2004 staat in de rubriek Gemeentenieuws bij het onderdeel Bouwvergunningen dat een aanvraag is binnengekomen voor een reguliere bouwvergunning voor:

- het geheel oprichten van een bedrijfshal aan de Oliviersweg;
- het geheel plaatsen van 2 warmtebuffertanks en 1 olietank aan de Oliviersweg;
- het geheel oprichten van een glastuinbouwbedrijf (kassen) en een waterbassin aan de Oliviersweg

Deze aanvraag blijkt afkomstig te zijn van de heer Scheffers die een bestaande tuinderij runt aan de Oliviersweg 9.

Deze mededeling/melding heeft ons zeer geschokt. Wij zijn het volstrekt oneens zijn met deze bouwplannen en wij hebben hier ernstige bezwaren tegen.

Oud beleid versus nieuw beleid
Sinds lange tijd is er in het buitengebied van Oisterwijk een nieuw bestemmingsplan aan de orde (ontwerpfase klaar omstreeks 1992). Het tot dan toe geldende bestemmingsplan Buitengebied was verouderd, dit dateerde van 1977 en voldeed niet meer aan de nieuwe inzichten op het terrein van ruimtelijke ordening, agrarische bedrijfsvoering, natuur, ecologie, milieu, enz. Het nieuwe bestemmingsplan, welke vastgesteld is in 1999, maakt het voor de gemeente Oisterwijk mogelijk weer een beleid te voeren in overeenstemming met het beleid van de centrale en provinciale overheid waar deze nieuwe inzichten al langer in ‘verwerkt' zijn.

Probleemstelling
Bij de uiteindelijke vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan is voor een klein gebiedje, op verzoek van de heer Scheffers, goedkeuring onthouden door de Raad van State. Het betrof hier een slepende kwestie over ‘bolle akkers met natuur- en cultuurhistorische waarde'. Het onthouden van de goedkeuring door de Raad van State hield voor de gemeente Oisterwijk in dat zij dit plan onverwijld diende te repareren. De gemeente Oisterwijk heeft dit nagelaten met als gevolg dat de aanvrager van de kassen nu een bouwplan indient, dat is ingekaderd in de voorschriften van het oude bestemmingsplan buitengebied van 1977. Het gevolg voor de omwonenden is dat zij geconfronteerd worden met grote nadelige effecten, zoals een enorme lichtemissie, verglazing en verstening van het buitengebied, het teniet doen van landschappelijke waarden.

De aanvrager heeft een tuinderij aan de Oliviersweg 9. Deze tuinderij ligt in dit bewuste gebiedje. Nu worden er door de aanvrager bouwplannen ingediend, te realiseren juist in dit gebiedje: bouwplannen die volstrekt in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan, volstrekt in strijd ook met het beleid zoals dat al vele jaren in Nederland en ook in de provincie Noord-Brabant gevoerd wordt.

Kennelijk hebben we hier weer te maken met iemand die “professioneel” gebruik wil maken van wat in hun jargon heet “mazen van de wet” en “gaatjes in verouderde bestemmings-plannen”. Waar hebben we dit al vaker gezien en meegemaakt ?! “Misbruik ten gunste van persoonlijk gewin”, heet dat in ons jargon.

Onze overheid moet in staat zijn (zoals ook in vergelijkbare situaties elders is gebleken!) onze samenleving, onze gemeente, onze buurt, onze ruimtelijke ordening hier ter plekke te beschermen tegen zaken die misschien in 1977 akkoord waren, maar die nu - bijna 30 jaar verder !! - absoluut niet meer kunnen.

Het zou een miskenning inhouden van alles wat we als samenleving in die 30 jaar wijzer geworden zijn op het gebied van ruimtelijke ordening en aan beleid samen ontwikkeld hebben terzake van de invulling van de ruimte in Nederland: het gaat nu om een hedendaagse visie en afweging van belangen zoals wonen, werken, mobiliteit, natuur, milieu, ecologie, en dat op een zodanige manier dat we ook de toekomstige generaties een leefbaar Nederland kunnen aanreiken.

De effecten van een eventuele kassenbouw zoals aangevraagd
De plannen betreffen grootschalige kassenbouw:
al jaren hebben we een beleid - ook in deze provincie - dat je de kassenbouw en daarmee de glastuinbouw moet concentreren in enkele daarvoor aangewezen gebieden (zoals de polder bij de gemeente Made) en niet ‘versnipperd' moet uitsmeren over alle individuele gemeenten.

Kijken we in de directe omgeving dan moeten we vaststellen dat zulke grootschalige, bijna fabrieksmatige glastuinbouwbedrijven volstrekt niet passen bij de kleinschaligheid welke kenmerkend is voor het betrekkelijk kleine, groene agrarische gebied van Oisterwijk-Noord. Realiseert U zich dat het in feite om een (glazen) fabrieksgebouw gaat met een oppervlakte van bijna 4 hectare, m.a.w. 38.533 m2 bebouwde oppervlakte; zo'n gebouw past daar niet, verziekt het karakter van het hele gebied en tast de leefbaarheid op een onaanvaardbare wijze aan; nogal logisch dat het huidige beleid deze bedrijven wil concentreren in een speciaal daartoe uitgekozen gebied zonder al die verziekende effecten voor de directe omgeving en met een goede daarop aangepaste infrastructuur om alle met deze bedrijven gepaard gaande vervoersbewegingen in goede banen te leiden.Dit gebied is om meerdere redenen niet geschikt voor dit soort grootschalige agrotechnische “fabrieken”.

Dit soort grootschalige initiatieven vraagt om een “milieu-effectenrapportage” waarin systematisch al dit soort strijdigheden en nadelige effecten voor het milieu en de omgeving aan het licht komen en geïnventariseerd worden. Bovendien zal zo'n milieu-effectenrapportage ook duidelijkheid verschaffen op tal van andere punten, o.a. wat zijn de gevolgen van de ‘onnatuurlijke opvang' van 4 hectare hemelwater, wat zijn de gevolgen van 4 hectare lichtemissie voor de omgeving (deze horizonvervuiling strekt zich vele malen verder uit dan de directe omgeving), hoe zit het met de inrichtingseisen, wat wordt er verbouwd, welke zijn de ermee gepaard gaande vervoersbewegingen, is de infrastructuur ter plekke hiervoor geschikt, wordt de leefbaarheid voor de directe omgeving niet op een onaanvaardbare wijze aangetast, hoe verhoudt zich de enorme lichtemissie met de recreatieve activiteiten die in Oisterwijk plaatsvinden, enz. Inzicht in al deze gevolgen van de bouwplannen is een noodzakelijke voorwaarde vooraleer je iets over de toelaatbaarheid ervan kunt zeggen.

Landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleidskader
Wanneer we over de eigen gemeentegrenzen heen kijken, dan moeten we vaststellen dat de locatie waarvoor de grootschalige kassenbouw wordt aangevraagd, ligt in een gebied dat ook om twee andere redenen niet geschikt is voor nieuwe bedrijven en zeker niet voor grootschalige nieuwe bedrijven:

De bebouwing van Tilburg (incluis Berkel Enschot en Udenhout) rukt steeds verder op richting Oisterwijk. Eerder is al op regionaal en provinciaal niveau afgesproken dat deze ontwikkeling wel een ‘groene zone' nodig maakt tussen Oisterwijk en deze oprukkende verstening. Juist het stukje agrarisch gebied van Oisterwijk-Noord moet hierin een belangrijke bufferfunctie vervullen. De onderhavige grootschalige bouwplannen zijn in strijd met dit convenant.

Bovendien is er het plan “Leemkuilen – Vennen”. Het betreft hier een ecologische verbindingszone tussen het natuurgebied van de duinen en de leemkuilen van Udenhout aan de ene kant en het natuurgebied van de vennen en de Kampina van Oisterwijk aan de andere kant. Het agrarische gebied van Oisterwijk-Noord ligt precies in deze verbindingszone. Duidelijk mag zijn dat de onderhavige bouwplannen in strijd zijn met dit plan.

Kanttekeningen
Inzage in de onderliggende stukken behorende bij deze plannen laten een plattegrondkaart zien waarop de betreffende 4 hectare zijn ingetekend als “bestaande bebouwing”. Deze aanduiding is volstrekt onjuist en dus misleidend aangezien er geen bebouwing staat, ook vroeger nooit gestaan heeft

Wanneer de aanvrager een beroep doet op het oude bestemmingsplan van 1977, dan dient de gemeente Oisterwijk de bouwplannen toch te beoordelen op basis van de planologische inrichting die de gemeente met betrekking tot dit gebied voor ogen heeft. Deze handelwijze is al aan de orde na het nemen van een voorbereidingsbesluit! Laat staan in de onderhavige situatie waar al lang een nieuw bestemmingsplan ‘operationeel' is. En de omstandigheid dat dit gebiedje tijdelijk uit het nieuwe bestemmingsplan is gelaten doet daar niks aan af. Bovendien, de enige reden waarom het kleine gebiedje er toen uit gelaten is, was een slepende discussie over de ‘bolle akkers' en het al of niet moeten behouden van deze landschapsstructuur in verband met de cultuurhistorische waarde ervan. Met andere woorden: over alle andere aspecten en nieuwe regels van het nieuwe bestemmingsplan was men het indertijd eens, ook voor dit gebiedje! In die zin zijn de visie en regels van het nieuwe bestemmingsplan dus ook van toepassing op dit kleine gebiedje. Daarom geldt ook voor dit gebiedje “geen grootschalige kassenbouw toegestaan”.

De huidige tuinderij van de aanvrager is een tuinbouwbedrijf ‘van de koude grond'. Later heeft de gemeente – hoewel niet de bedoeling – toch toegestaan dat hij een beperkte kas mocht bouwen. Weer later heeft de gemeente het toegestaan dat de aanvrager zijn kas mocht uitbreiden/vergroten. Toen is van gemeentezijde duidelijk gesteld dat dit de eerste en laatste uitbreiding van zijn kas zou zijn en dat in de toekomst geen verdere uitbreiding meer toegestaan zou worden. Hoe kan diezelfde gemeente dan op diezelfde grond wel de oprichting toestaan van een kas van nota bene 4 hectare?? Alleen vanwege het feit dat de aanvraag nu kunstmatig gegoten is in een ander jasje, namelijk in de vorm van een nieuw op te richten bedrijf?? Naar onze mening is hier sprake van een al te slimme trucmatige constructie.

De aanvrager kan niet “van twee walletjes tegelijkertijd snoepen”. De aanvrager heeft in het verleden juist op grond van het nieuwe bestemmingsplan een eigenstandig huisnummer gevraagd en gekregen van de gemeente voor de oorspronkelijk tijdelijk bedoelde woonruimte in zijn bedrijfsschuur. Het gaat om Oliviersweg 9a. Zowel aanvrager als gemeente passen dus ook in dit gebiedje het nieuwe bestemmingsplan toe. Dan kan het toch niet zo zijn dat je afhankelijk van wat je het beste uitkomt de ene keer je beroept op het nieuwe bestemmingsplan, de andere keer op het oude bestemmingsplan.

Aansprakelijkheidsstelling
Het honoreren van de bouwaanvrage zal naar verwachting leiden tot een groot aantal planschades waarvan de claims neergelegd zullen worden bij de gemeente Oisterwijk.

Tot slot
-Vragen wij de gemeente Oisterwijk om aangaande deze bouwplannen eerst alle relevante informatie in te winnen bij alle mogelijk betrokken partijen, onder andere de centrale overheid met haar landelijke beleidslijnen, de provincie Noord-Brabant die op grond van de landelijke richtlijnen al jaren een eigen beleid heeft ontwikkeld en toepast in dit soort zaken, de provincie Noord-Brabant en andere gemeenten die in de achterliggende jaren al vaker geconfronteerd zijn met de jacht op vermeende gaatjes in oude bestemmingsplannen, de regionale en provinciale instanties die zich bezig houden met de ‘groene bufferzone' tussen Tilburg en Oisterwijk, de instanties die betrokken zijn bij de ecologische verbindingszone

- vragen wij de gemeente Oisterwijk ons te informeren over milieuregels waar waaraan dit bedrijf getoetst zal worden;

- vragen wij de gemeente Oisterwijk een milieu-effectenrapportage op te stellen, waarin worden geïnventariseerd niet alleen alle mogelijke effecten voor omgeving, leefbaarheid, natuur en milieu maar ook de strijdigheden met andere plannen en afspraken zoals eerder met andere instanties gemaakt zijn aangaande ditzelfde gebied

- vragen wij de gemeente Oisterwijk de ingediende bouwplannen materieel te toetsen aan de visie en regels van het nieuwe bestemmingsplan alsmede aan de andere plannen en afspraken die aangaande dit gebied met andere instanties zijn gemaakt

Het moge de gemeente Oisterwijk duidelijk zijn dat de bouwplannen veel onrust en zorg veroorzaken, in elk geval in de directe omgeving.

Wij vragen dan ook aan de gemeente Oisterwijk om - binnen vier weken - haar standpunt in deze aan ons duidelijk te maken om op die manier alle ontstane commotie en onrust weg te nemen, via een antwoordbrief en/of een voor dit doel belegde informatieavond.

Mocht de gemeente Oisterwijk onverhoopt niet in staat zijn binnen de gevraagde vier weken haar standpunt kenbaar te maken, dan zouden we dat ook binnen de gestelde termijn willen horen.

Met vriendelijke groet,

tekenen wij

Handtekeningenlijst van omwonenden inzake brief aan B&W d.d. 28-10-04 bouwvergunningaanvraag Oliviersweg.